Open brief

Open brief aan:
  • de bevoegde ministers en staatssecretarissen (Werk, Financiën, Fraudebestrijding, Mobiliteit, Zelfstandigen en KMO’s), 
  • Inspectiediensten (RSZ, SIOD, RSVZ, RVA) Administraties (Directeur-Generaal FOD), 
  • Bevoegde ministers voor mobiliteit van de 3 Gewesten (Ben Weyts, Carlo Di Antonio, Pascal Smet)

Betreft: Sociale partners sector vervoer en logistiek vragen politieke en administratieve overheden onmiddellijk het arrest C-434/15 van het Europees Hof betreffende platforms voor bemiddeling van vervoerdiensten toe te passen 
Het Europees Hof van Justitie heeft op 21 december 2017 verklaard dat een elektronische bemiddelingsdienst die personen via hun smartphone met bijbehorende app, in relatie brengt met chauffeurs die met hun eigen voertuig bezoldigd vervoer aanbieden tegen betaling, moet worden beschouwd als een “vervoersdienst” die onderworpen is aan de voorwaarden van vervoerondernemers. 
Het Europees Hof gaat ervan uit dat de door Uber aangeboden dienst niet kan herleid worden tot een bemiddelingsdienst van de informatiemaatschappij en dat de vervoerscomponent vanuit economisch perspectief er het hoofdbestanddeel van vormt. 
De sociale partners van de sector van het vervoer en de logistiek (personenvervoer, goederenvervoer, verhuizingen, logistiek, grondafhandeling op luchthavens) gaan ervan uit dat alle platforms voor elektronische bemiddeling van vervoer (van personen, goederen en andere), zoals Deliveroo, UberEats, ListMinut,... moeten beschouwd worden als “vervoerdiensten”. Dergelijke platforms moeten de wetgeving die van toepassing is op de vervoerdiensten in België naleven, zowel op federaal (sociale wetgeving, fiscaliteit, vervoer,…) als op gewestelijk vlak (transport en mobiliteit,…). 
De sociale partners hebben op de vergadering van het paritair comité van 21 december op de FOD Tewerkstelling en Arbeid voltallig beslist om de bevoegde nationale en regionale autoriteiten te vragen het arrest van het Europees Hof onmiddellijk toe te passen op de verschillende platforms die net als Uber buiten het wettelijk kader functioneren. 
De sociale partners willen verder herinneren dat het bedrijf Uber in België de wet van 27 juni 1969 betreffende de sociale zekerheid der werknemers niet naleeft. Deze is in beginsel van toepassing op werknemers en werkgevers die gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst (artikel 1 van de wet) alsook op bepaalde gelijkgestelde categorieën van personen als gedefinieerd in artikel 1 van die wet (zie juridisch advies in bijlage). 
De sociale partners vragen om op de hoogte te worden gehouden van de ontwikkelingen met betrekking tot dit dossier. 

Lode Verkinderen, Secretaris-generaalTransport en Logistiek Vlaanderen
Philippe Degraef, Directeur FEBETRA 
Michaël Reul, Directeur UPTR 
Koen Vangoidsenhoven, Secretaris-generaal BKV - CBD  
Patrick Westelinck, Afgevaardigd Bestuurder FBAA
Pierre Steenberghen, Secretaris-generaal GTL-Taxi
Jan Sannen, Algemeen Sectorverantwoordelijke ACV-Transcom
Frank Moreels Secrétaire  - Voorzitter    ABVV-BTB 

Download de open brief