Incident toont belang openbare nautische diensten

Gestrand schio
Dat het grote containerschip dat maandag vast liep in de beruchte “bocht van Bath” op de Westerschelde, na amper 24 uur terug kon vertrekken, is te danken aan het snelle en professionele optreden van de loodsen en maritieme dienstverlening, zegt Kurt Callaerts, sectorverantwoordelijke mobiliteit bij ACV-Transcom. “De haventoegang is geen spel. Daarom moeten de nautische diensten openbare diensten zijn en mag er niet op worden bespaard.” 
Maandag 14 augustus liep de CSCL Jupiter, een groot containerschip met een lengte van 366 meter en een laadvermogen van ruim 155.000 ton vast door een technische stoornis in de “bocht van Bath” op de Westerschelde. Het schip was onderweg van Antwerpen naar Hamburg, toen het zich met een snelheid van bijna dertien knopen heeft vastgevaren in het slib bij het dorpje Bath. 
De Vlaamse overheidsdiensten, zoals de Maritieme Toegang, het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, de afdeling Scheepvaartbegeleiding en de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit deden wat van deze overheidsinstellingen werd verwacht. Dankzij hun professioneel optreden en snellen reactie kon het schip na amper 24 uur terug vertrekken en bleven de economische gevolgen gelukkig beperkt. 
“Het technisch defect van het schip zou op een heel brede, goed uitgebaggerde rivier, of op open zee niet noodzakelijk ernstige gevolgen hebben gehad. Het probleem is dat de Westerschelde ondiep is en dat er zandbanken liggen waartussen de schepen moeten navigeren. De minste technische fout of de minste stuurfout kan dan fataal zijn. Geen sinecure dus om daar te manoeuvreren. De organisatie van onze loodsdiensten, met de enorme expertise en terreinkennis in onze verschillende specifieke loodskorpsen en maritieme diensten is op momenten zoals deze van onschatbare waarde” zegt Kurt Callaerts. “We mogen dan ook tevreden zijn dat de CSCL Jupiter zo snel kon losgetrokken worden en dat de blokkering van de Antwerpse haven niet te lang duurde.” 
De oplossing lijkt eenvoudig: dat stuk van de Westerschelde verder uitdiepen en uitbaggeren. Vlaanderen is daar al lang vragende partij voor, maar Nederland ligt dwars. Want als er meer schepen op een vlottere manier naar de Haven van Antwerpen kunnen varen, varen er minder schepen naar de Nederlandse havens, zoals Rotterdam… De (internationale) concurrentie speelt dus. 
Openbare dienstverlening 
Het incident van maandag toont aan dat met de toegang tot onze havens niet mag gespeeld worden. De impact en de gevolgen bij een blokkering zijn immers enorm. Het is dan ook essentieel dat de diensten die deze doorgang moeten verzekeren openbare diensten en openbare dienstverlening moeten zijn, waaronder onze loodsen en de scheepvaartbegeleiding. 
Waar zouden we naartoe gaan als verschillende privé-bedrijven deze taak zouden doen en de concurrentie bikkelhard gaat spelen? Er zouden meer risico’s genomen worden om de economische belangen te laten primeren. De consequenties hiervan zouden nefast kunnen zijn – als het dan eens misloopt – voor de hele havengemeenschap: van dokwerker tot reder… 
Een belangrijke voorwaarde is evenwel dat deze overheidsdiensten dan op een goede wijze kunnen blijven functioneren. Dit maakt dat er dus voldoende werkingsmiddelen moeten aanwezig zijn én voldoende personeel. De aanhoudende tendens bij de regeringen – ook de Vlaamse – om constant op het overheidsapparaat te besparen en het “eigen” overheidsapparaat te ontmantelen, kan dus ook hier tot problemen gaan leiden. 
Daarin is dan ook de recente aanval op de statutaire benoemingen geen goede zaak. Nautische verkeersleiders, loodsen, schippers, … kortom overheidspersoneel dat niet langer beschermd wordt door haar statuut en wordt blootgesteld aan de grillen van politici en “stakeholders” zouden onder druk dan ook beslissingen gaan nemen die de gemeenschap niet ten goede komen en risico’s nodeloos verhogen. 
Waar zijn trouwens de luide roepers over de overbetaalde ambtenaren en personeelsleden nu?