Luchthaveninspectie: essentieel voor de veiligheid

De afgelopen maanden werkten we hard aan een allesomvattend voorstel om de problemen bij de luchthaveninspectiediensten voor eens en voor altijd op te lossen. Er moet een duidelijk en realistisch juridische kader komen, dat alle grijze zones wegwerkt. Deze oplossing moet gepaard gaan met een sterke regulator/auditor. 
Midden augustus keurde het nationaal vakbondscomité luchthavenuitbating van ACV-Transcom het voorstel goed met de nadrukkelijke vraag ook de achterban volledig te informeren en ons optimaal voor te bereiden op de gesprekken die zijn gepland bij Minister Galant op 10 september. ACV-Transcom pleit dan ook nogmaals dat minister Jambon wordt betrokken om het statuut, de taken en problemen voor de luchthaveninspectie op te lossen. Voor de veiligheid en beveiliging op de luchthavens gelden dezelfde principes als voor stations. Het voorval op de Thalys maakte duidelijk hoe broos en essentieel beveiliging en veiligheid zijn. We overlopen de punten uit ons voorstel. 
‘Moederwet’ verfijnen 
Duidelijkheid omtrent een juridisch kader is essentieel. De ‘moederwet’ waarop heel het veiligheids- en beveiligingsbeleid in onze luchthavens is gebaseerd, moet worden verfijnd en geactualiseerd. We hebben hiervoor concrete voorstellen. 
Veiligheid luchthaven 
De luchthaveninspectie en de federale politie vullen elkaar perfect aan en kunnen samen zorgen voor een veiligere luchthaven. Luchthaveninspecteurs kennen de luchtvaartverdragen en andere specifieke punten van de luchthavens. Hun rol en verantwoordelijkheden zijn in ons voorstel duidelijk bepaald. Het spreekt voor zich dat de luchthaveninspecteurs dan ook de nodige middelen ter beschikking moeten hebben om hun taken optimaal uit te voeren. 
De bestaande mandaten op Brussels Airport moeten verankerd, duidelijk omschreven en uitgebreid worden binnen Brussels Airport maar ook terug ingevoerd in alle andere luchthavens. Ook de luchthaveninspectie met de bevoegdverklaring veiligheid moet in dit verhaal worden meegenomen. Beveiligings- en veiligheidsfirma’s zijn de facto onderaannemers van de luchthavenbeheerder en vallen dus onder toezicht van de luchthaveninspecteurs. 
Centrale databank 
Er is momenteel een aanvoelen dat luchthavenbeheerders in het kader van ‘klantvriendelijkheid’ hun beveiligings- en veiligheidsdiensten onder druk zetten om een aantal zaken niet te melden, geen vaststellingen te doen of in te grijpen. Dit is een brug te ver: veiligheid komt altijd op de eerste plaats. De omschrijving van de taken en bevoegdheden van de luchthaveninspectiediensten is overduidelijk. 
De rapporten en vaststelling moeten opgeladen worden in een centrale databank. Deze databank moet toegankelijk zijn voor parketten, de rechterlijke macht, politie, het Directoraat Generaal van de Luchtvaart en binnenlandse zaken. Alles wat met de meldingen gebeurd, moet duidelijk traceerbaar zijn. Inmenging van de luchthavenbeheerder om zaken bij te sturen of te verdoezelen zijn ontoelaatbaar. 
Controlekamer 
Ons standpunt is duidelijk: de controlekamer is het hart van elke luchthaven en moet in elke luchthaven verankerd zijn in de structuur van de luchthavenbeheerder binnen de luchthaveninspectiedienst. Een luchthavenbeheerder die geen impact heeft of zijn eigen controlekamer beheerd, heeft geen of onvoldoende zich op de veiligheid en beveiliging van de luchthaven zelf. 
Erkenning en vergunning 
Luchthavenuitbaters moeten voldoen aan een duidelijke reeks vereisten om als luchthavenbeheerder te kunnen functioneren en moeten aantonen dat ze de beveiliging en veiligheid op hun luchthaven in de hand hebben. De invoering van een vijfjaarlijkse vergunning (afgeleverd door de minister van Buitenlandse Zaken) vooraleer je een luchthaveninspectiedienst kan of mag aanbieden is een mogelijkheid. De privébedrijven/luchthavenuitbaters weten dan goed op voorhand wat wordt verwacht en aan welke eisen ze moeten voldoen. 
Een sterke overheid 
Ook een sterke overheid is een belangrijke factor om veiligheid te garanderen. Een optimale organisatie van de regelgever, regulator en audit is van cruciaal belang. In ons land valt die bevoegdheid voor heel wat aspecten bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer met het bevoegd directoraat generaal van de luchtvaart (DGLV). 
Spijtig genoeg laat de leiding daar heel wat steken vallen. We vinden het enorm belangrijk dat er voldoende ambtenaren zijn met de opleiding, training en ervaring om de nodige audits, controles en steekproeven uit te voeren. Dit wordt door de leiding van de FOD Mobiliteit en Vervoer gedwarsboomd. Sinds 2013 heerst er een georkestreerde malaise met het plaatsen van personen op belangrijke leidinggevende functies op basis van persoonlijke relaties in plaats van competenties. De aanwezig medewerkers doen hun job met overgave en enthousiasme, maar de omkadering laat te wensen over. 
We pleiten nogmaals voor een sterk DGLV en een specifiek meldpunt voor de luchtvaart. Daar moeten allerlei zaken gemeld kunnen worden, of het nu gaat over iets van de luchthaveninspectie, vliegend personeel of grondpersoneel. 
We roepen minister Galant dan ook nadrukkelijk op om de werking van de leiding van het DGLV en de FOD Mobiliteit en Vervoer grondig door te lichten. Veiligheid en beveiliging heeft geen prijs! 
Nationale regeling met gewestelijke invulling 
Uiteraard willen we een oplossing voor de luchthaveninspectie op alle luchthavens, en niet enkel Brussels Airport. We zijn niet blind voor onze staatsstructuur, wat maakt dat ook de gewestregeringen verantwoordelijkheden op te nemen hebben op sommige aspecten. 
Een duidelijk blauw uniform of dezelfde kenmerken voor de voertuigen, verhogen de herkenbaarheid en kunnen het makkelijker maken voor gebruikers, passagiers en werknemers. 
We zien dan ook een belangrijke rol voor het nieuw opgerichte paritair subcomité voor de luchthavenuitbating. Al is de opstart niet zo eenvoudig (lees onze artikels 'Luchthavenuitbating moet sterke sector worden' en 'VBO blokkeert sectorale onderhandelingen')
We pleiten dan nogmaals voor een federaal gecoördineerd luchthavenbeleid in ons land waar elke overheid en luchthaven haar inbreng kan hebben. Voor het ACV heeft elke luchthaven wel haar niche en haar rol te spelen in ons land en de logistieke draaischijf die we zijn.