60 jaar Brussels Airport: een reden tot feesten?

Brussels Airport groot
Vandaag, precies 60 jaar geleden opende in de gietende regen de nationale luchthaven haar deuren. In die 60 jaar is de luchthaven enorm gegroeid, wat volgens Brussels Airport het bewijs is van haar succes. Maar sinds ze werd geprivatiseerd, werden steeds meer activiteiten in handen gegeven van onderaannemers, werd het maken van winsten het belangrijkste, en ontbreekt het aan politieke wil om een gecoördineerd luchthavenbeleid uit te werken. Dat maakt dat er niet veel reden is tot feesten. Maar er zijn wel kansen voor onze overheid om de luchthaven opnieuw in handen te nemen. 
Als tweede economische groeipool van het land verbindt Brussels Airport vandaag de hoofdstad van Europa met 238 bestemmingen, van de meest klassieke tot de meest exotische. De privatisering die in 2004 werd ingezet maakte dat er meer mogelijkheden tot uitbouw van onze luchthaven zijn gekomen en dat zij zich commerciëler kan opstellen. Maar sinds de privatisering werden ook heel wat negatieve tendensen in gang gezet. Het volledige gebrek aan interesse en beleid van zowel de federale, Vlaamse, Brusselse regering voor luchtvaart en luchthavenbeleid is dan ook schrijnend én nefast. In plaats van samen te werken – zowel tussen luchthavens als tussen onze verschillende overheden – zijn politieke belangen prioritair. 
Ook de financiële belangen van de aandeelhouders zijn immens groot geworden. Logisch aangezien jaarlijks voldoende financiële middelen moeten kunnen vloeien naar het Canadees lerarenpensioenfonds (39%), naar de Australische financiële groep Macquarie (36%) en de Belgische staat (25%). Brussels Airport maakte in 2016 – het jaar van de betreurenswaardige aanslagen - meer dan 61 miljoen euro winst. De aandeelhouders ontvingen sinds 2013 alleen al voor ruim 365 miljoen euro dividenden. Trouwens de aandelen van de Australiërs staan momenteel in de etalage. ACV-Transcom vindt dat onze overheden van de gelegenheid gebruik zouden moeten maken om hun aandeel in Brussels Airport terug te vergroten, en zo hun aanwezigheid in de tweede economische motor van ons land te verstevigen. 
Brussels Airport is zich steeds meer gaan gedragen als een beheersbedrijf dat alle operationele activiteiten in de luchthaven naar onderaannemers duwt. Voordat een bedrijf een concessie kan krijgen, moet het in een selectie ‘zijn’ aanbod bekendmaken en het aantal m² die het wil ‘huren’/gebruiken. Een voorwaarde is steevast dat de prijszetting voor hun diensten ‘concurrentieel’ (lees: zo laag mogelijk) moet zijn en hun bod op de concessie zo hoog mogelijk. Deze aanpak zet de kwaliteit van de dienstverlening aan de reizigers en de loon- en arbeidsomstandigheden van de werknemers zwaar onder druk. De aanhoudende problemen bij de afhandelaars (Swissport, Aviapartner), catering, cleaningactiviteiten, zijn hiervan een rechtstreeks gevolg. Een slecht sociaal klimaat en regelmatig syndicale acties eveneens. ACV-Transcom heeft concrete voorstellen klaar om deze problemen aan te pakken. Zo is een uniformisering van de verschillende paritaire comités nodig, een verbod op eindeloze onderaanneming, centralisering, een milieuvriendelijke luchthavenequipment, en een betere controle op luchthavenmateriaal. Maar Brussels Airport wil enkel een toezichts- en controlefunctie op de activiteiten behouden waardoor ze – indien haar onderaannemers niet voldoen aan de afspraken – hen op de contractbreuken kan wijzen. 
Strategische visie 
Rekening houdend met de verwachte uitbreiding van het luchtverkeer in de komende 20 jaren, heeft Brussels Airport in haar Strategische Visie 2040 een ontwikkelingsplan opgesteld. Maar wie de visienota kent, vraagt zich af of dit nog wel over een luchthaven gaat of over een immo-strategie. Het bulkt van vastgoedprojecten zoals vergader- en kantorencomplexen met daarnaast een aantal vervoersmodi om daar te raken. Brussels Airport kijkt in de fond enkel naar zichzelf, maar heeft haar visie helemaal niet gekaderd in een breed luchthavenbeleid. 
Met nog een aantal nieuwe projecten op stapel om de reizigers te verwelkomen, of om de nieuwe vrachtstromen op te vangen die langs de cargozone zullen passeren pakt Brussels Airport graag uit met cijfers van mogelijke bijkomende tewerkstelling, zonder die cijfers te staven. Maar al te vaak wordt de bijkomende tewerkstelling opgevangen met de bestaande personeels(onder)bezetting. Dat verhoogt de werkdruk voor het bestaande personeel. En de kwaliteit van de ‘bijkomende’ jobs is zeer vaak ondermaats: tijdelijke contracten, uitzendarbeid, deeltijdse contracten,… 
Tot slot is er ook nog heel wat werk voor de boeg bij het bedrijf zelf ook. Ondanks de enorme flexibiliteit van het luchthavenpersoneel en de jobfierheid van alle werknemers op Brussels Airport, krijgen ze vaak lik op stuk. Denken we maar aan het nog steeds niet opgeloste dossier van de luchthaveninspecteurs, problemen door gebrek aan mandaten bij airport inspection, … 
ACV-Transcom wenst Brussels Airport een gelukkige 60ste verjaardag. We hopen dat de komende jaren echt werk gemaakt wordt van de uitbouw van Brussels Airport als luchthaven binnen de nationale en regionale context, het wegnemen van de druk op de loon- en arbeidsomstandigheden in de luchthavensectoren en een goed sociaal overleg binnen het bedrijf. Iedereen zal daar beter van worden: de economie, de werkgevers, de werknemers, de kwaliteit, de veiligheid én de passagiers. We kunnen deze economische groeipolen verder uitbouwen in ieders voordeel!