Bijkomende vergoedingen en voordelen

Verwijderingsvergoeding

De verwijderingsvergoeding is een premie (toeslag op het uurloon) die wordt uitgekeerd op de beschikbaarheiduren (vergoed aan 100%), in de mate dat deze uren de wettelijke en voorziene arbeidstijd overschrijden.
Deze vergoeding bedraagt momenteel 3,07 euro en wordt dus betaald:
  • in de vijfdagenweek: na het 8ste uur op maandag, dinsdag en woensdag en na  het 7de uur op donderdag en vrijdag;
  • in de zesdagenweek: na het 7de uur van maandag tot vrijdag en na het 3de uur op zaterdag;
  • of voor de twee stelsels: na het 38ste uur.
De verwijderingsvergoeding is niet cumuleerbaar met de flexibiliteitspremie.

ARAB-vergoeding

De ARAB-vergoeding voor niet-sedentair personeel (werkend buiten de zetel van de onderneming) bedraagt sinds 01/12/2016 voor elk uur van de diensttijd 1,12 euro.

Verblijfsvergoeding

Werklieden die wegens dienstnoodzaak gedwongen zijn te overnachten hebben recht op :
  • een vergoeding voor avondmaal indien de diensttijd van de dag voor de middag 12 uur aanvangt: 11,30 euro
  • een vergoeding voor de overnachting en ontbijt: 16,20 euro
  • een vergoeding voor middagmaal indien de terugkomst na 14.00 u plaatsvindt: 12,98 euro
 
De vergoeding voor avondmaal wordt ook toegekend:
  • Voor zover de werknemers de in het arbeidsreglement voorziene arbeidsprestatie hebben verricht en voor zover zij wegens dienstnoodzaak gedwongen zijn om na 22.00 uur op de  werkplaats terug te komen;
of 
  • indien de diensttijd van de dag overschreden wordt.
Deze twee zijn echter niet cumuleerbaar.
 

Eindejaarspremie

Bedrag: 170 x het werkelijk betaalde uurloon van de maand december, gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal gewerkte maanden.
  • Elke maand waarin 14 kalenderdagen arbeidsprestatie wordt geleverd, wordt als een volledige maand beschouwd.
  • Het totaal bedrag kan per dag onwettige afwezigheid met € 1,24 worden verminderd.
  • De verlofdagen, de gedeeltelijke werkloosheidsdagen en de afwezigheiddagen wegens een arbeidsongeval worden met de dagen van arbeidsprestatie gelijkgesteld.
Voorwaarden:
  • minstens 6 maanden anciënniteit hebben in het bedrijf;
  • op uitbetalingdatum werkzaam zijn in een bedrijf van de sector;
  • niet vrijwillig ontslag genomen hebben of ontslagen zijn om dringende redenen;   
  • niet, door langer dan 6 maanden ziekte, de totaliteit ontvangen hebben van de voorziene vergoedingen voor ziekte door het Sociaal Fonds.
     
     
     

Verplaatsingskosten

De werkgever betaalt 75 % terug van het sociaal abonnement als de werknemer de verplaatsing met het openbaar vervoer maakt.
Dit is ook het geval als de werknemer genoodzaakt is de verplaatsing te maken een privévervoermiddel. Dit gebeurt wanneer het uur van aanvang of beëindiging van het werk, of wanneer de plaats van de exploitatiezetel van de onderneming waarvan zij afhangen, niet of niet meer toelaat van het gemeenschappelijk vervoer gebruik te maken.
 

Fietsvergoeding

Elke werknemer die met de fiets van en naar het werk gaat heeft recht op een vergoeding van 0,15 euro per kilometer.

Flexibiliteitspremie

De flexibiliteitspremie bedraagt 3,09 euro.

Verlies medische schifting

Iedere bestuurder die om medische redenen zijn professioneel C- of CE-rijbewijs verliest, dient zijn werkgever hiervan te verwittigen en hem binnen de twee werkdagen een medisch attest te bezorgen.
Bij verlies van medische schifting tengevolge het oogonderzoek krijgt de chauffeur de mogelijkheid aangeboden om in het bedrijf tewerkgesteld te blijven, waarbij het loon wel bepaald wordt door de nieuwe functie die zal uitgeoefend worden.

Anciënniteitspremie

De werkgever betaalt jaarlijks in de maand januari volgend op het betrokken dienstjaar een bruto premie aan elke werknemer met een ononderbroken anciënniteit van minstens 3 jaar. Deze premie wordt hem terugbetaald door het sociaal fonds.
Vanaf het dienstjaar 2012 (dus betaalbaar vanaf 2013) bedraagt de premie:
  • 25,00 euro voor wie 3 tot 5 jaar anciënniteit heeft binnen een bedrijf;
  • 48,00 euro voor wie 5 tot 9 jaar anciënniteit heeft binnen een bedrijf;
  • 85,00 euro voor wie 10 tot 14 jaar anciënniteit heeft binnen een bedrijf;
  • 122,00 euro voor wie 15 tot 19 jaar anciënniteit heeft binnen een bedrijf;
  • 160,00 euro voor wie 20 jaar of meer anciënniteit heeft binnen een bedrijf.

Syndicale premie

De syndicale premie bedraagt:
  • voor 2011 (betaaljaar 2012): 125 euro
  • voor 2012 (betaaljaar 2013): 130 euro
Voorwaarden:        
  • ten minste 1 jaar lid zijn van een representatieve werknemersorganisatie;
  • op 30/09 tewerkgesteld zijn in een bedrijf van de sector.  
De betaling gebeurt via je syndicale organisatie. Je meldt je aan bij gelijk welk ACV-dienstencentrum, waar je een formulier invult voor de betaling van je syndicale premie. Je levert dit in bij je  ACV-dienstencentrum of bij je regionaal ACV-Transcom secretariaat, van waaruit een betaling wordt opgestart.

Brugpensioen vanaf 56 jaar

Vanaf 2012 verandert het brugpensioen van naam. Het zal voortaan het Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (afgekort SWT) heten en een aantal dingen zullen grondig veranderen.
Aanvullende vergoeding: de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering.
Voorwaarden om de aanvullende vergoeding te ontvangen:
  • ontslagen zijn door de werkgever behalve om dringende redenen;
  • de leeftijd van 56 jaar bereikt hebben (einde arbeidscontract);
  • uitdrukkelijk verzoeken om van het brugpensioen te mogen genieten;
  • Ofwel 33 jaar in loondienst gewerkt hebben, waarvan 20 jaar nachtarbeid; ofwel een beroepsverleden van 40 jaar kunnen bewijzen.
Betaling:
De aanvullende vergoeding voor brugpensioen wordt betaald door uw werkgever die het betrokken bedrag via een daartoe bestemd aanvraagformulier kan terugvorderen bij het sociaal fonds. Het sociaal fonds van deze sector betaalt bovendien ook de verschillende maandelijkse bijdragen terug die de werkgever moet betalen voor zijn werknemers die met brugpensioen gaan.

Brugpensioen vanaf 58 jaar

Vanaf 2012 verandert het brugpensioen van naam. Het zal voortaan het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (afgekort SWT) heten en een aantal dingen zullen grondig veranderen.
Aanvullende vergoeding: de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering.
Voorwaarden om de aanvullende vergoeding te ontvangen: 
  • ontslagen zijn door de werkgever behalve om dringende redenen;
  • de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben (einde arbeidscontract);
  • uitdrukkelijk verzoeken om van het brugpensioen te mogen genieten;
  • 38 jaar beroepsloopbaan als werknemer kunnen rechtvaardigen (35 jaar voor de vrouwelijke werknemers);
  • Voor arbeiders met ernstige lichamelijke problemen: een beroepsloopbaan van 35 jaar
  • Arbeiders met een zwaar beroep (wisselende ploegen, onderbroken diensten, nachtarbeid):
            - ofwel gedurende de laatste 10 jaar 5 jaar gewerkt hebben in een zwaar beroep;                       
            - ofwel gedurende de laatste 15 jaar 7 gewerkt hebben in een zwaar beroep.
Betaling:
De aanvullende vergoeding voor brugpensioen wordt betaald door uw werkgever die het betrokken bedrag via een daartoe bestemd aanvraagformulier kan terugvorderen bij het sociaal fonds. Het sociaal fonds van deze sector betaalt bovendien ook de verschillende maandelijkse bijdragen terug die de werkgever moet betalen voor zijn werknemers die met brugpensioen gaan.

Brugpensioen vanaf 60 jaar

Vanaf 2012 verandert het brugpensioen van naam. Het zal voortaan het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (afgekort SWT) heten en een aantal dingen zullen grondig veranderen.
Aanvullende vergoeding: de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering.
Voorwaarden om de aanvullende vergoeding te ontvangen:
  • ontslagen zijn door de werkgever behalve om dringende redenen;
  • de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben (einde arbeidscontract);
  • uitdrukkelijk verzoeken om van het brugpensioen te mogen genieten;
  • 30 jaar beroepsloopbaan als werknemer kunnen rechtvaardigen;
  • 26 jaar voor de vrouwelijke werknemers;
Betaling:
De aanvullende vergoeding voor brugpensioen wordt betaald door uw werkgever die het betrokken bedrag via een daartoe bestemd aanvraagformulier kan terugvorderen bij het sociaal fonds. Het sociaal fonds van deze sector betaalt bovendien ook de verschillende maandelijkse bijdragen terug die de werkgever moet betalen voor zijn werknemers die met brugpensioen gaan.
   

Vertrekpremie pensionering

Bedrag: 24,79 euro/dienstjaar (maximum 16 dienstjaren)
Toekenningsvoorwaarden: 
  • de firma verlaten hebben op wettelijke pensioen- of conventionele brugpensioenleeftijd;  
  • gedurende de laatste vijf jaren ononderbroken en fulltime tewerkgesteld geweest zijn in de sector.   
Wat moet je als werknemer doen:
  • het vak voor de werknemer bestemd op het formulier F4 (te verkrijgen via je werkgever of via je ACV-transcom secretariaat) invullen en ondertekenen;  
  • het formulier overhandigen aan je werkgever bij ontvangst van de premie.   
Wat moet de werkgever doen:
  • aan de werknemer een formulier F4 overhandigen;  
  • bij teruggave van de werknemer van het nauwkeurig ingevuld formulier, betaalt de werkgever aan de werknemer de premie waarop hij recht heeft;  
  • de werkgever vult op zijn beurt het formulier F4 in en zendt het terug aan het Sociaal Fonds om de terugbetaling te verkrijgen van de premie ten laste van het Sociaal Fonds.   

Tweede pensioenpijler

Sinds 1 januari 2011 ben je als werknemer in de verhuissector automatisch aangesloten bij een sectorale pensioenregeling. Enkel studentenarbeiders en leerlingen komen niet in aanmerking.
Dit pensioenplan komt er op neer dat de werkgevers van verhuisondernemingen jaarlijks via een bijkomende RSZ-bijdrage een bepaalde som voor hun werknemers opzij zetten zodat deze, wanneer ze met pensioen gaan, een aanvullende vergoeding kunnen ontvangen naast het wettelijk maandelijks pensioenbedrag. Voor alle duidelijkheid wordt dit wel degelijk door je werkgever betaald en wordt dit dus niet afgehouden van je loon. De bijdrage wordt bepaald op basis van je RSZ-loon. Jaarlijks zal je een pensioenfiche ontvangen waarop het opgespaarde bedrag vermeld zal staan.
Het kapitaal bij uitkering wordt als volgt opgebouwd:  
  • de som van de betaalde bijdragen;
  • de gewaarborgde intrestopbrengsten;
  • verminderd met de tariefopslagen voor het beheer van het pensioenplan.
Van zodra je in de sector tewerkgesteld wordt zal je werkgever beginnen met het betalen van de bijdragen. Om aanspraak temaken op de voor jou opgebouwde reserves, moet je echter minstens gedurende 4 opeenvolgende kwartalen als arbeider in de sector werkzaam zijn.
 
  
 
  
 
 
Je werkgever zal ophouden met de betaling van de bijdragen wanneer je :
 
 
 
-          Niet meer in dienst bent
 
-          Met wettelijk of vervroegd pensioen gaat
 
-          Met brugpensioen gaat
 
-          Komt te overlijden
 
 
 
De normale einddatum valt op de eerste dag van de maand volgend op je normale pensioenleeftijd  (65 jaar) Indien je op vervroegd pensioen of met brugpensioen gaat, kan je wel uitdrukkelijk vragen je verworven reserves reeds uitbetaald te krijgen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop je de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.
 

Uitkering bij overlijden

De klassieke tegemoetkoming bij overlijden werd op 01/01/2011 stopgezet en vervangen door de evenwaardige invoering van een tegemoetkoming bij overlijden in de vorm van een rente.
Voorwaarden en bedrag:
  • bij overlijden door een ziekte of ongeval verschillend van een ongeval op weg naar en van het werk: een rente die gelijk is aan het bedrag bekomen door de omzetting van een kapitaal van 1239 euro
  • bij overlijden door een ongeval op weg naar en van het werk: een rente die gelijk is aan het bedrag bekomen door de omzetting van een kapitaal van 2478 euro
Als de bekomen rente echter lager is dan 300 euro, wordt in de plaats van de rente het kapitaal van 1239 euro of 2478 euro eenmalig uitbetaald.
Betaling:
De werkgever is verplicht je van dit recht op de hoogte te stellen binnen de twee weken nadat hij van het overlijden op de hoogte is gebracht. De betaling gebeurt echter rechtstreeks door de betrokken verzekeringsmaatschappij Integrale. De begunstigde moet aan deze enkel een uittreksel van de overlijdensakte bezorgen.

Aanvullende werkloosheidsuitkering

Als arbeider uit gelijk welke sector heb je recht op een supplement van minimum 4,00 euro per dag bovenop de normale werkloosheidsuitkering en dit in geval van:
  • tijdelijke werkloosheid om economische redenen;
  • tijdelijke werkloosheid door slecht weer;
  • tijdelijke werkloosheid wegens een technische storing.

In de verhuissector bestaat ook een vergoeding voor tijdelijke werkloosheid, maar dit enkel wegens economische redenen. Deze vergoeding werd en wordt nog uitbetaald door de werkgever en bedraagt :
  • 6,00 euro in de 5-dagenweek;
  • 5,00 euro in de 6-dagenweek.
Je werkgever moet je in deze gevallen een formulier F1 te overhandigen waarvan je het stuk voor de werknemer zelf invult en er ook een vak is voorzien dat moet ingevuld worden door je uitbetalingsinstelling. Als je werkgever dit formulier overhandigd aan het sociaal fonds, kan hij deze kosten terugbetaald krijgen. De terugbetaling is wel beperkt tot 60 dagen per werknemer per jaar en per bedrijf tot maximum 12 % van de aan de RSZ aangegeven dagen van het jaar voordien, maar als arbeider blijf je wel het recht houden op het volledige bedrag.
Aangezien je in de verhuissector voor economische werkloosheid een hoger bedrag krijgt dan het wettelijk voorziene minimum,  blijft de vergoeding die je krijgt 6 of 5 euro per dag en zal je dus niet nog eens extra 4 euro uitbetaald worden. Bij tijdelijke werkloosheid door slecht weer of wegens een technische storing echter zal je voortaan wel het bedrag van 4 euro per dag van je werkgever ontvangen.
Op deze bijkomende vergoeding wegens tijdelijke werkloosheid zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd omwille van het feit dat het om een aanvulling van een sociaal voordeel gaat. Er is daarentegen wel een bedrijfsvoorheffing op verschuldigd van momenteel 18,75%.

Aanvullende uitkering ziekte

Na de eerste zeven kalenderdagen (gewaarborgd weekloon) heeft de werknemer (met P-kaart) recht op een aanvullende uitkering wegens ziekte ten laste van het Sociaal Fonds. Dit kan gedurende een ononderbroken periode vanaf de achtste dag van ongeschiktheid tot het einde van de zesde maand, te rekenen vanaf het begin van de ongeschiktheid. Het hervallen in dezelfde ziekte binnen de eerste twaalf dagen volgend op het einde van deze periode van arbeidersongeschiktheid, moet beschouwd worden als integraal deel uitmakend van de vorige ongeschiktheid.
Bedrag:     
  • voor de 23 kalenderdagen volgend op de eerste week ongeschiktheid:
            - 1,20 euro/dag in de 5-dagenweek
            - 1,00 euro/dag in de 6-dagenweek
  • Vanaf de 2e kalendermaand en tot het eind van de 6e kalendermaand ongeschiktheid voor eenzelfde ziekte:
            - 2,40 euro/dag in de 5-dagenweek
            - 2,00 euro/dag in de 6-dagenweek
Uitbetaling:
 
Bij elke ziekte van minimum 8 dagen moet je werkgever je een formulier F2 bezorgen dat enerzijds door jezelf en anderzijds door je mutualiteit moet ingevuld worden. Via dit formulier kan je werkgever het uitbetaald bedrag terugvorderen bij het sociaal fonds verhuizingen.

Terugbetaling kosten medische schifting

Door een Europese harmonisering van het rijbewijs in de EU-lidstaten, moeten alle bestuurders met een rijbewijs C, CE of C1+1 beschikken over een rijgeschiktheidsattest model XI.
Dit model wordt afgeleverd door de arts van een keurende medische dienst (o.m. je arbeidsgeneeskundig dienst) en de inhoud ervan wordt door de bevoegde diensten van de gemeente op je rijbewijs aangebracht. Je rijbewijs van groep 2 Rijbewijs van groep 2 (voor professioneel, bezoldigd of in werkverband opgelegd vervoer) heeft echter een beperkte geldigheid van 5 jaar. Om deze geldigheid te verlengen ben je verplicht om 35 uren nascholing te volgen in een door het Ministerie erkend nascholingscentrum. Indien je deze bijscholing niet hebt gevolgd blijft je rijbewijs wel geldig voor privévervoer, maar mag je geen beroepsvervoer meer verrichten.
De medische kosten die rechtstreeks in verband staan met het behalen of het vernieuwen van je Europees rijbewijs worden gedragen door je werkgever, die deze op zijn beurt kan verhalen op het sociaal fonds van de sector.
Bedrag dat je werkgever kan terugvorderen (bezorg hiervoor wel alle facturen):
  • 39,66 euro voor het oogonderzoek;
  • 42,14 euro voor het medisch onderzoek;
  • 11,16 euro voor de retributie rijbewijsaanvraag (vroeger 'fiscale zegels').

Tussenkomst kosten behalen rijbewijs C/CE

De werkgever kan onder bepaalde voorwaarden de volledige of gedeeltelijke kosten die hij betaalt voor het behalen van uw rijbewijs van groep 2 terugvorderen bij het sociaal fonds (de goedkeuring is o.a. onderhevig aan de mogelijkheden van het voorziene budget).
De werkgevers zonder veiligheidscomité komen per kalenderjaar in aanmerking voor maximum 6% van hun werknemers, werkgevers met veiligheidscomité voor maximum 10% van hun werknemers (met telkens een garantie van minimum 2 werknemers per jaar). 
Voorwaarden:
  • in het bezit zijn van een rijbewijs B;
  • in het bezit zijn van een P-kaart;
  • minstens 1 jaar ononderbroken bij je werkgever in dienst zijn op datum van aanvraag.
De werkgever betaalt de volledige opleiding, even als je loon tijdens de opleidingsuren ! Om een terugbetaling te bekomen, moet hij het bewijs leveren van de kosten die hij gemaakt heeft voor je opleiding en van het loon dat hij je uitbetaald heeft tijdens de opleiding.
Bedrag dat de werkgever kan terugvorderen:  
  • Maximum 750 euro voor een rijbewijs C.
  • Maximum van 900 euro voor een rijbewijs CE.

Tussenkomst verplichte vorming

Verhuizen is meer dan alleen inpakken en wegwezen. Sinds 1 januari 2012 worden, los van een vrijwillige permanente bijscholing, volgende opleidingen verplicht ingevoerd:
  • Eén dag initiële basisopleiding bij intrede in de sector, te volgen binnen een periode van uiterlijk twee maanden na indiensttreding.
  • Drie opsplitsbare dagen permanente bijscholing, te volgen binnen de drie jaar na indiensttreding.
Deze opleidingen kunnen gevolgd worden bij een door het Sociaal Fonds van de sector erkend opleidingscentrum. 
Zo wordt voor de werknemers die reeds aan de slag zijn in een verhuisonderneming bij de vzw voor verhuisopleidingen Ambassador, een aangepaste professionele bijscholing aangeboden om zich verder te bekwamen in het vak waar ze voor gekozen hebben. Er zijn verschillende modules voorzien betreffende enerzijds de zogenaamde 'hard skills' (draag- en inpaktechnieken, veiligheid, …) en anderzijds de 'soft skills' , dewelke echter in één module worden samengebracht (communicatie, teamwork, klantvriendelijk gedrag, …). 
Werkgevers kunnen van het sociaal fonds een tussenkomst bekomen in de loonkosten die ze betalen aan arbeiders die een opleiding permanente vorming volgen.

Ervaringsbewijs

Een beroep kan je niet alleen leren op school. Je kan het ook leren door het specifieke opleidingen te volgen en door het uit te oefenen in de praktijk. Door de dagelijkse praktijk doe je ervaring op en word je goed in een job. En soms wil je dat ook kunnen bewijzen: als je op zoek gaat naar een (nieuwe) job of als je wilt doorgroeien binnen jouw bedrijf.
Ook als je geen diploma’s of attesten hebt, kun je dankzij het ervaringsbewijs aantonen dat je de nodige vaardigheden wel degelijk onder de knie hebt. Je kan het  bekomen in een erkend testcentrum na een gesprek – waarin je je technische en specifieke ervaringen kan toelichten - en door te slagen in een praktische proef.  Meer informatie kan je o.m. terugvinden op de site www.ervaringsbewijs.be.

Syndicale vorming

Elk effectief en plaatsvervangend lid van een ondernemingsraad, van een comité voor preventie en bescherming op het werk en/of van een vakbondsafvaardiging heeft in principe jaarlijks per mandaat recht op twee dagen door de werkgever betaalde afwezigheid, om deel te nemen aan vormingscursussen die door het ACV of door ACV-Transcom worden ingericht.
Het aantal dagen afwezigheid voor syndicale vorming wordt echter getotaliseerd op sectorniveau en dit per syndicale organisatie. In functie van dit getotaliseerd aantal kunnen bijkomende dagen toegekend worden aan effectieve en plaatsvervangende leden, die nood hebben aan meer dan 2 dagen syndicale vorming per mandaat. Dit kan wel enkel tot uitputting van het getotaliseerde aantal afwezigheidsdagen voor syndicale vorming per werknemersorganisatie.
Betaling: 7 of 8 uren arbeidstijd, afhankelijk van het voorziene uurrooster (proportioneel voor de deeltijdse werknemers).
De werkgever kan voor elke gerechtigde dag syndicale vorming van zijn werknemer een tussenkomst vragen bij het sociaal fonds voor de lonen en loonlasten (deze laatste forfaitair berekend à 50 pct. van de lonen) die betrekking hebben op de afwezigheiddagen voor het deelnemen aan syndicale vorming. 

Tussenkomst kosten afgifte bestuurderskaart

De werkgever betaalt u eenmalig de kosten terug voor de afgifte van uw bestuurderskaart, op voorwaarde dat u op de begindatum van de geldigheidsperiode van deze kaart tewerkgesteld bent als chauffeur in een verhuisfirma.
Je werkgever kan hiervoor een tussenkomst krijgen van het sociaal fonds (voor de bestuurderskaarten afgeleverd sinds 1 januari 2007).

Hospitalisatieverzekering

Een ziekenhuisopname is op zich al geen pretje. Vaak moet je je dan ook nog eens blauw betalen aan dokters- en verplegingskosten. We zijn dan ook blij dat we ook in de verhuissector met de werkgevers een hospitalisatieverzekering konden afsluiten.
Als je in de sector werkt als verhuisarbeider, word je automatisch aangesloten van zodra je minstens 6 ononderbroken opeenvolgende maanden in dienst bent. Van zodra dit het geval is, ontvang je een Medi-Assistancekaart, waar alle gegevens op staan die je nodigt hebt in geval van hospitalisatie.
Alle informatie over de hospitalisatieverzekering, vind je op de website van Medi-Assistance.