Arbeidsduur

De arbeidstijd is de tijd van personen die mobiele werkzaamheden uitoefenen in het wegvervoer. Onder arbeidstijd verstaat men:
  • zelf rijden, zelf laden, zelf lossen;
  • het schoonmaken en technisch onderhoud van het voertuig;
  • werkzaamheden betreffende veiligheid van het voertuig en lading;
  • werkzaamheden rond wettelijke of bestuursrechterlijke verplichtingen in verband met het vervoer, met inbegrip van het toezicht bij laden en lossen, administratieve formaliteiten bij politie, douane,…;
  • alle overige tijden van fysieke arbeid in het kader van de arbeidsopdracht worden ingevolge de algemene arbeidswetgeving eveneens als arbeidstijd beschouwd.

Diensttijd

De dagelijkse diensttijd is de periode tussen twee dagelijkse rusttijden of tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd.

Beschikbaarheidstijd

De beschikbaarheidstijd is de tijd van personen die mobiele werkzaamheden uitoefenen in het wegvervoer en houdt in:
  • andere periodes dan pauze of rusttijden, waarin de werknemer niet op de werkplek hoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren;
  • de periodes waarin de werknemer een per veerboot of trein vervoerd voertuig begeleidt;
  • de wachttijden aan de grenzen of bij het laden en lossen
  • de wachttijden ten gevolge van rijverboden
  • de tijd doorgebracht gedurende de rit naast de bestuurder of in de slaapcabine;
De duur van deze periodes is voorzienbaar en is gelijk aan twee vijfden van de diensttijd. In de maanden januari, februari, maart, oktober, november en december, vertegenwoordigt deze duur één derde van de diensttijd.
 

Andere tijden van diensttijd

  • de meertijd die de werknemer nodig heeft om de afstand af te leggen van en naar de plaats waar het voertuig zich bevindt indien dit niet op de gebruikelijke plaats is gestald;
  • de wachttijden die verband houden met de tol- of medische aangelegenheden
  • de tijd gedurende de welke de werknemer aan boord of in de nabijheid van het voertuig verblijft, ten einde de veiligheid ervan en/of van zijn inhoud te verzekeren, maar geen arbeid presteert
  • de arbeidstijdonderbrekingen  in functie van de Europese verordening inzake de rij- en rusttijden EG 561/2006:
            - de tijd gewijd aan de eetmalen;
            - de onderbrekingen van de rijtijd;
            - de tijd waarover de werknemer vrij kan beschikken;
            - de tijd die de werknemer zichzelf toe-eigent.

Dagelijkse en wekelijkse rust

De dagelijkse en wekelijkse rusttijden maken geen deel uit van de diensttijd en zijn de periodes zoals omschreven in de Europese Verordening EG 561/2006 betreffende de rij- en rusttijden. De dagelijkse rusttijd omvat eveneens:
  • De tijd die nodig is voor het kleden en het zich opknappen voor en na het werk.
  • De tijd die nodig is om de afstand af te leggen tussen de woonplaats van de bestuurder tot de garage van de onderneming (en omgekeerd).
Enkel indien de autocar niet geparkeerd staat in de garage van de onderneming, wordt de tijd nodig om zich naar de plaats waar de autocar staat te begeven, beschouwd als diensttijd, voor zover deze tijd langer is dan de tijd die de bestuurder normaliter besteedt aan de verplaatsing van en naar de garage van de onderneming.
De dagelijkse rusttijd kan worden doorgebracht aan boord van een autocarvoertuig voor zover het uitgerust is met een slaapbank die voldoet aan de geldende reglementering.
 

12-dagenregel

De wekelijkse rusttijd kan worden verschoven naar de volgende week, zodat autocarchauffeurs 12 opeenvolgende dagen kunnen werken alvorens ze hun wekelijkse rust (verdubbeld dan) kunnen opnemen.
Hierdoor moeten zij hun wekelijkse vrije dagen niet in het buitenland, dus ver weg van hun gezin, familie of vrienden doorbrengen. 

Grenzen arbeidsduur

Enkel de arbeidstijd wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de arbeidsduur. De arbeidsduur mag berekend over de periode van één semester gemiddeld de 38 uur niet overschrijden.
Dit houdt voor de autocarsector in dat over een periode van 6 maanden een maximum amplitutde van 1.564,5u . Hierboven dient overloon betaald te worden. Per semester bedoelt men de periode van 6 maanden gaande van 1 januari tot 30 juni en van 1 juli tot 31 december.
De duur van de beschikbaarheidstijd is voorzienbaar en is gelijk aan twee vijfden van de diensttijd. In de maanden januari, februari, maart, oktober, november en december, vertegenwoordigt deze duur echter één derde van de diensttijd. De dagelijkse diensttijd is de periode tussen twee dagelijkse rusttijden of tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd, al loopt hij over twee kalenderdagen. Tussen twee amplitudes moet steeds een minimum rusttijd worden genomen, zoals bepaald in de verordening betreffende de rij- en rusttijden.