Vakantiegeld

Het personeel dat het voorgaande jaar prestaties (of gelijkgesteld) heeft verzekerd bij de Belgische Spoorwegen, heeft het daaropvolgende jaar recht op vakantiegeld.
Bij volledige prestaties tijdens het referentiejaar is het vakantiegeld gelijk aan 92% van een twaalfde van de globale jaarwedde, eventueel verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, aan de index die van toepassing is om de wedde van de maand maart te betalen. Bij onvolledige prestaties gedurende het referentiejaar wordt het vakantiegeld verminderd in verhouding met de niet-bezoldigde periodes.