Betaald gelegenheidsverlof

Aard van de gebeurtenis Toegestaan maximum en periode van toekenning
Huwelijk van de bediende 4 dagen, te kiezen in de week waarin de gebeurtenis valt en/of de week daarna.
Bevalling van de echtgenote of de persoon met wie de bediende wettelijk samenleeft. 10 dagen, te kiezen binnen de 4 maanden, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
Overlijden van de echtgeno(o)t(e), van een bloed- of aanverwant in de eerste graad, of de persoon met wie de bediende wettelijk samenleeft 4 dagen, te kiezen in de week van het overlijden en/of de week daarna.
Huwelijk, priesterwijding of aflegging van de kloostergelofte van een kind. 2 dagen, te kiezen in de week waarin de gebeurtenis valt en/of de week daarna.
Overlijden van een bloed- of aanverwant, ongeacht de graad, die bij de bediende inwoont. 2 dagen, te kiezen in de periode van 7 dagen vanaf de dag van het overlijden.
Verandering van standplaats, in het belang van de dienst, wanneer de overplaatsing een tussenkomst van de Maatschappij vereist. 2 dagen, te kiezen in de week waarin de verhuisdag valt en/of de week daarna.
Overlijden van een bloed- of aanverwant in de 2e graad die niet bij de bediende inwoont. 1 dag, te kiezen in de periode van 7 dagen vanaf de dag van het overlijden.
Opvangverlof (adoptie of pleegvoogdij) een ononderbroken periode van maximum 6 weken, wanneer bij aanvang van het verlof het kind de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt en maximum 4 weken in de andere gevallen.