Vakantie

Werknemers hebben recht op een jaarlijkse vakantie in verhouding tot de prestaties die zij hebben geleverd in de loop van het vakantiedienstjaar* en tot de dagen van arbeidsonderbreking van dat dienstjaar die met effectief gewerkte dagen worden gelijkgesteld.
*Het vakantiedienstjaar is het kalenderjaar (dienstjaar A) dat het jaar (A+1) voorafgaat waarin de vakantie moet toegekend worden.
Om het getal van de werkdagen en daarmee gelijkgestelde dagen te bepalen die recht geven op vakantie, moet men de tewerkstelling van de werknemer bij de Belgische Spoorwegen (volgens diensttabellen) nagaan, en eventueel ook die bij vorige werkgevers (aan te vragen door de werknemer) in de loop van het desbetreffende dienstjaar.
De duur van de vakantie van iedere werknemer hangt af van of je nu arbeider of bediende bent. Voor jonge werknemers is er nog een speciale regeling.

Vakantie bedienden

De duur van de vakantie voor bedienden is gelijk aan 2 dagen per gewerkte (of gelijkgestelde) maand in het vakantiedienstjaar.
De vakantiewet is nog steeds gebaseerd op het zesdagenstelsel. Per 6 dagen verlof moet daarom 1 verlofdag afgetrokken worden. 12 dagen worden er dus maar 10 en 24 dagen worden er 20.

Vakantie arbeiders

Alle niet-statutaire arbeiders bij de Belgische Spoorwegen werken in het regime 5-dagenweek. Het maximum toegestane verlof is dus 20 dagen.
Dagen werk Verlofdagen
230 en meer 20
221 tot 229 19
212 tot 220 18
202 tot 211 17
192 tot 201 16
182 tot 191 15
163 tot 181 14
154 tot 162 13
144 tot 153 12
135 tot 143 11
125 tot 134 10
106 tot 124 9
97 tot 105 8
87 tot 96 7
77 tot 86 6
67 tot 76 5
48 tot 66 4
39 tot 47 3
20 tot 38 2
10 tot 19 1
0 tot 9 0

 

Jongere werknemers

De jongere die afstudeert, jonger is dan 25 jaar en ten minste één maand werkt als loontrekkende gedurende het jaar waarin hij zijn studies heeft beëindigd, kan het daaropvolgende jaar jeugdvakantie nemen ter aanvulling van zijn onvolledig recht op vakantie.
Voor elke jeugdvakantiedag ontvangt hij/zij, ten laste van de werkloosheidsverzekering, een uitkering die 65% bedraagt van zijn/haar begrensd loon. Met andere woorden, de jongere heeft recht op jeugdvakantiedagen, vergoed door de RVA met jeugdvakantie-uitkeringen, voor het vakantiedienstjaar waarin hij niet volledig was tewerkgesteld.

Hoe worden jeugdvakantiedagen berekend?

Een jonge werknemer die aan de de voorwaarden voor jeugdvakantie voldoet, heeft recht op 4 weken vakantie.
Het aantal jeugdvakantiedagen wordt verminderd met het aantal gewone, door de werkgever of vakantiekas betaalde, vakantiedagen waarop de jongere aanspraak kan maken.
Voor je je jeugdvakantiedagen opneemt moet je de gewone dagen betaalde vakantie uitgeput hebben en mag je tijdens de jeugdvakantiedagen geen andere inkomsten hebben.

Aanvraag vakantiedagen

Je doet de aanvraag voor de vakantiedagen bij de onmiddellijke chef. Die maakt op zijn beurt de effectief genomen dagen over aan de diensten HR. Deze laatste bezorgt je een ingevuld document C 103 dat je dan afgeeft in een plaatselijk secretariaat van het ACV voor uitbetaling.