Bevallingsverlof

De duur van de moederschapsrust bedraagt 15 weken. De prenatale rustperiode (voor de bevalling) bedraagt 6 weken (waarvan één week verplicht) en de rustperiode na de bevalling (= postnatale rust) 9 weken.
Het zwangere personeelslid is verplicht om rust te nemen vanaf de zevende dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. Vanaf die dag mag ze dus niet meer worden tewerkgesteld. De periode van niet opgenomen prenatale rust kan worden overgedragen naar de postnatale rust. De vermoedelijke bevallingsdatum blijkt uit een medisch attest.
Vanaf de dag van de bevalling moet de moeder gedurende 9 weken bevallingsrust nemen. Deze periode kan worden verlengd met het niet opgenomen gedeelte van de prenatale rust.
De periodes van afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de 5 weken (7 weken bij de geboorte van een meerling) die vallen vóór de zevende dag die de vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaat, worden omgezet in bevallingsverlof.
Dit verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

Wat als ik een meerling verwacht?

Bij de geboorte van een meerling bedraagt de prenatale rustperiode 8 weken en de postnatale periode 9 weken.
Op vraag van de moeder die een meerling ter wereld bracht, kan de postnatale rustperiode verlengd worden tot 11 weken.
Bij de geboorte van een meerling kan met andere woorden zowel de prenatale als de postnatale rust met telkens maximum twee weken worden verlengd tot 19 weken.

Wat als ik beval voor of na de vermoedelijke datum?

Wanneer de bevalling zich voordoet ná de vermoedelijke datum wordt het prenatale verlof met dezelfde periode verlengd. Als de vrouw verder heeft gewerkt na de 6e of de 8e week vóór de vermoedelijke datum van de bevalling wordt de periode tussen die vermoedelijke datum en de bevalling aangerekend op het gedeelte van het verlof dat nog niet werd genomen.
Heeft de bevalling plaats vóór de vermoedelijke datum, heeft de vrouw het recht om het verplichte postnatale verlof te verlengen met het gedeelte van het prenatale verlof dat niet werd genomen. Indien door de vroegtijdige geboorte de 7 dagen verplichte prenatale rust niet kunnen worden genomen, kan deze periode echter niet worden overgedragen na de bevalling.

Kan postnatale rust verlengd worden?

Op vraag van de moeder kan de postnatale rust verlengd worden met één week wanneer ze arbeidsongeschikt is geweest wegens ziekte of ongeval gedurende de hele periode vanaf de 6e week voorafgaand aan de werkelijke datum van de bevalling of vanaf de 8e week bij de geboorte van een meerling (“moeilijke bevallingen”).
Op vraag van de moeder kunnen de laatste twee weken facultatieve prenatale rust worden omgezet in verlofdagen van postnatale rust. Ze mag met deze verlofdagen van postnatale rust het werk geleidelijk hervatten door de verlofdagen gespreid op te nemen in een periode van 8 weken, te tellen vanaf het einde van de ononderbroken periode van postnatale rust. Deze spreiding wordt door haar vastgelegd, waarbij arbeidsdagen en verlofdagen elkaar kunnen afwisselen.

Schematisch overzicht

Gewone bevallingBevalling meerlng
Duur van prenatale rust
6 weken (1 week verplicht, 5 facultatief)8 weken (1 week verplicht 7 facultatief)
Duur van postnatale rust9 weken9 weken (+2 op verzoek van de moeder)
Totale maximumduur10 weken10 weken
Totale minimumduur15 weken19 weken