Familiaal verlof en verlof om dwingende redenen

De werknemer heeft het recht om van het werk afwezig te zijn om dringende redenen (maximaal 10 arbeidsdagen per kalenderjaar). Deze afwezigheid wordt niet vergoed.

Wat is een 'dwingende reden'?

Onder dwingende redenen wordt verstaan “elke niet te voorziene, los van het werk staande gebeurtenis die de dringende en noodzakelijke tussenkomst van de werknemer vereist en dit voor zover de uitvoering van de arbeidsovereenkomst deze tussenkomst onmogelijk maakt”.
Zijn onder meer onder die definitie te rangschikken: ziekte, ongeval of hospitalisatie overkomen aan:
  • een met de werknemer onder hetzelfde dak wonend persoon;
  • een aan- of bloedverwant in de eerste graad, niet met de werknemer onder hetzelfde dak wonend persoon, zoals een ouder, een schoonouder, een kind, een schoonkind van de werknemer.
  • ernstige materiële beschadiging van de bezittingen van de werknemer, zoals schade aan de woning door een brand of/en natuurramp.
De cao stelt tevens gelijk met een dwingende reden, het bevel tot persoonlijke verschijning in een rechtszitting wanneer de werknemer partij is in een rechtszaak. Het gaat dus om situaties die (nog) niet voorzien werden in de wetgeving op het klein verlet.
Tevens wordt de mogelijkheid voorzien om in onderling akkoord tussen werknemers en werkgever andere gebeurtenissen vast te stellen die als een dwingende reden kunnen beschouwd worden. Om dit recht uit te oefenen, moet de werknemer zijn werkgever zo mogelijk op voorhand verwittigen en op verzoek van de werkgever het bestaan van de ingeroepen redenen bewijzen.