Kunstenaarsregels werkloosheid

Er bestaat eigenlijk GEEN term 'artiestenstatuut' in de werkloosheidsregelgeving. Er bestaan naast de algemene klassieke regels in de werkloosheid, afzonderlijke regels voor kunstenaars in dewerkloosheid. Deze regels vormen GEEN geheel of statuut. Elke regel dient men afzonderlijk te kunnen bewijzen.
Zo bestaat er een alternatieve manier om het recht op uitkering te bewijzen die gaat kijken naar het verdiende bruto taakloon, de zogenaamde cachetberekening. Daarnaast kan de voordeel- of neutralisatieregel ervoor zorgen dat men in de eerste vergoedbaarheidsperiode blijft. De 156-dagen regel beschermt dan weer tegen een niet-artistiek jobaanbod van VDAB. 
Voor specifieke vragen over werkloosheid, kan je terecht bij onze contactpersonen in de verbonden. Ze hebben specifieke kennis over werkloosheid in de sector en helpen je graag verder met je concrete vraag. 
Antwerpen (Dienstencentrum Antwerpen-Centrum)
Nationalestraat 111, 2000 Antwerpen 
078/15 20 58 
Brussel (Dienstencentrum Vorst)
Schaatsstraat 51, 1190 Vorst 
02/557 82 11 
West-Vlaanderen (Dienstencentrum Brugge)
Oude Brug 17, 8000 Brugge 
051/23 58 00 
Limburg (Dienstencentrum Hasselt) 
Mgr. Broekxplein 6, 3500 Hasselt 
011/30 60 42 
Oost-Vlaanderen (Dienstencentrum Gent-Stad)
Poel 7, 9000 Gent 
09/265 42 41 

Recht op uitkering

Je kan het recht op werkloosheid op twee manieren bewijzen: 
A. Klassieke manier, reële arbeidsdagen 
Door een aantal arbeidsdagen in loondienst te bewijzen. Dit aantal arbeidsdagen hangt af van de leeftijd. De referteperiode is de periode die ligt voor de dag van uikeringsaanvraag. 
LeeftijdReferteperiodeAantal arbeidsdagen
Jonger dan 36 jaar21 maanden312
Tussen 36 en 49 jaar33 maanden468
Vanaf 50 jaar42 maanden624

B. Cachetberekening 
De cachetberekening kan sinds 1 april 2014 worden toegepast worden door ALLE kunstenaars. 
Deze berekening gaat kijken naar het verdiende taakloon/brutoloon in plaats van naar het reële aantal gepresteerde arbeidsdagen. 18.021,12 euro wordt gelijkgesteld aan 312 arbeidsdagen voor iemand die jonger is dan 36 jaar. (1 arbeidsdag in deze berekening is 57,76 euro).
Om deze berekening te kunnen toepassen moet men aantonen dat men werkte per taak ofte prestatie, en niet betaald werd met een gewoon maand- of weekloon. 
Als de vermelding taakloon niet in de DMFA-aangfite staat, mag de cachetberekening toch toegepast worden op voorwaarde dat men op een andere manier aantoont dat het gaat om prestaties als artiest met een taakloon. 
In deze korte beschrijving is het onmogelijk elk scenario te schetsen. Voor gedetailleerdere vragen, neem contact op met ons secretariaat.

Cachetberekening

Cachetberekening is een alternatieve manier om het recht op uitkering te bewijzen die gaat kijken naar het verdiende brutoloon/cachetloon. 
Cachetloon (of taakloon) is het loon dat door een werkgever wordt betaald aan de werknemer die een artistieke activiteit heeft verricht ZONDER dat er een rechtstreeks verband is tussen dit cachetloon en het aantal arbeidsuren waaruit deze activiteit bestaat. (Dwz dat men per taak of per prestatie werkte en dat dit uitdrukkelijk vermeld is zowel op de C4 als op de arbeidsovereenkomst.) 
LET OP 1: stemt de DIMONA (aangifte door de werkgever) wel overeen met de gegevens op de C4? Men kan namelijk in de dimona aangeven of het wel of niet over een taakloon gaat. 
LET OP 2: als men met het oog op het bewijzen van de toelaatbaarheid (recht op uitkering), werkt via een taakloon maar men slaagt er niet in om dit te halen én men heeft reeds een zogenaamde wachtuitkering (inschakelingsuitkering) dan kan het feit dat men gewerkt heeft met een taakloon gevolgen hebben. (Zie punt 'Inkomsten WEL gelijk aan loon, taakloon of 1bis).
  • Het bedrag van de cachetberekening wordt opgetrokkenen naar het niveau van het minimum referteloon van 57,76 euro per dag. Vroeger was dit 39,21 euro. 
  • Men kan maximum 156 (n*26 +78) dagen bewijzen per kwartaal (n = maanden van kwartaal plus verhoging met max 78 als gewerkt in kwartaal)

Voordeelregel

De voordeelregel is een regel die - als men eerst het recht op uitkering bewezen heeft! - ervoor kan zorgen dat de uitkering niet zakt naar het bedrag van de tweede vergoedbaarheidsperiode. (zie punt 2.8 ivm normale daling ofte degressiviteit indien men de Voordeelregel niet kan bewijzen). 
  • Uitkering is onderverdeeld in 3 periodes. De eerste periode duurt 12 maand (weliswaar onderverdeeld in 3 subfases met reeds een eerder bescheiden daling van het bedrag). 
  • Als men kan aantonen dat men kunstenaar of technicus is in hoofdberoep (vanaf 1 april 2014 betekent dat 156 dagen bewijzen) en voornamelijk werkt met contracten korter dan 3 maand, kan men de Voordeelregel krijgen. Het is zo dat de notitie 'in hoofdberoep' vroeger voor de wijzigingen van 1 april 2014, wel heel verschillend werd ingevuld afhankelijk van de RVA regio en dat ik verschillen kende tussen de 4 en 312 dagen... 
  • Men zal bij de eerste maal de VDR aanvragen 156 dagen dienen te bewijzen waarvan er ook 52 niet-artistieke arbeidsdagen mogen zijn.
  • De verlenging van de VDR is te bewijzen met 3 contracten korter dan 3 maand.

156-dagenregel

De 156-dagenregel is dan weer een regel die ervoor kan zorgen dat men niet dient in te gaan op een niet-artistiek jobaanbod van VDAB.
  • De 156-dagen regel stelt dat: "voor een kunstenaar een betrekking in een ander beroep dan dat van kunstenaar als niet passend wordt beschouwd, indien hij ten minste 156 vergoede arbeidsdagen als kunstenaar bewijst, binnen een referteperiode van 18 maanden." 
  • Er mogen ook 52 niet-artistieke dagen bewezen worden.
  • Met andere woorden kan men een NIET-artistiek jobaanbod van VDAB (of Actiris of Forem) weigeren indien men in de 18 maand voor het niet-artistieke jobaanbod, tenminste 156 artistieke (of 104 artistieke en 52 niet-artistieke) arbeidsdagen (in loondienst) kan bewijzen.

Technici en ondersteunende functies

Voor de technici en ondersteunende functies werden een aantal bis-artikels gecreëerd: zo wordt bevestigd en neergeschreven dat die regels voor die functies ook van toepassing zijn, Wat nog steeds NIET van toepassing is voor technici, is de cachetberekening. 
Wat is een technische activiteit in de artistieke sector? Technicus, of een ondersteunende functie, die bestaat in de medewerking aan: 
  • de voorbereiding of de voorstelling voor een publiek van een creatief werk waaraan fysiek ten minste één podiumartiest deelneemt of aan de opname van een dergelijk werk; 
  • de voorbereiding of de voorstelling van een cinematografisch werk; 
  • de voorbereiding of de verspreiding van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard; 
  • de voorbereiding of de uitvoering van een publieke tentoonstelling van een artistiek werk in het domein van de beeldende kunsten.