Stefaan: "Als treinbestuurder ben ik mijn eigen baas"

Dat zijn job meer is dan alleen gas geven en remmen. Dat mag wel eens duidelijk gemaakt worden, vindt treinbestuurder Stefaan De Graeve. Want, zegt hij, ‘de reizigers beseffen niet hoe complex het allemaal is.’ 
Ben je een doorwinterde pendelaar of stap je maar af en toe op een trein, je hebt vast al eens gesakkerd omdat je trein vertraging had of afgeschaft was. Te laat op je bestemming komen of een aansluiting missen is natuurlijk voor niemand leuk. ‘Maar ook niet voor een treinbestuurder’, zegt Stefaan. ‘Iedere bestuurder doet er alles aan om zijn trein op tijd te laten rijden, daar mag je zeker van zijn. Maar een vertraging kan zoveel verschillende oorzaken hebben, dat beseffen de mensen niet.’ 
Wat kan dan bijvoorbeeld de oorzaak zijn van een vertraging? 
Stefaan: ‘Als er iets mis is met het remsysteem, stopt de trein automatisch. Of als er mensen langs het spoor opgemerkt worden, krijg je als bestuurder telefoon en moet je heel traag over de lijn rijden om goed te zien wat er aan de hand is. Ook weersomstandigheden hebben vaak een invloed op je rit, denk maar aan een dichte mist. Soms is er ook een kortsluiting in de locomotief. Dan schakelt de grote zekering uit en heeft de locomotief geen tractie meer. Je bolt dan eigenlijk uit. Dan moet je als bestuurder een beslissing nemen: laat ik me verder bollen, of stop ik. Is er een perron in de buurt waar mensen eventueel kunnen uitstappen en een andere trein nemen? Op zo’n moment mag je niet panikeren in de stuurpost. Je moet op een verstandige manier een goeie beslissing nemen.’ 
Dan moet je als treinbestuurder wel stressbestendig zijn? 
Stefaan: ‘Dat is zo. Als je ’s morgens in de spits met een trein van Luik naar Oostende rijdt, en die trein valt stil, dan moet je daar mee om kunnen. Dan komen de telefoons van alle kanten. Een panne brengt ook meteen vertraging mee. En onze verantwoordelijken weten hoe lang het normaalgezien duurt om een bepaald defect op te lossen. Heeft die trein langer vertraging, dan word je als bestuurder op het matje geroepen.’ 
Je moet ook zelf aan de trein kunnen sleutelen? 
Stefaan: ‘Bepaalde defecten moeten we zelf aanpakken. Er is een depannageboek waar duidelijk beschreven staat wat de bestuurder mag en moet doen, wat hij niet mag doen, en hoe hij te werk moet gaan. Elke bestuurder moet dit altijd bij zich hebben. Nu staat al die informatie op een tablet computer, zodat we het gemakkelijk kunnen raadplegen. Zo vergeet je niets als je onder druk staat. Er wordt dus wel veel gevraagd van een treinbestuurder. Er zijn heel veel regels, je moet de hele seininrichting kennen, je moet wat afweten van pneumatiek (aandrijftechniek op basis van samengeperste gassen zoals lucht, red.) en een aantal dingen zelf repareren. Voor mensen die geen technisch onderwijs volgden, is dat vaak even slikken.’ 
De moderne besturingssystemen zijn gericht op de veiligheid van de reiziger. Hoe snel verandert dat allemaal? 
Stefaan: ‘Heel snel. Nu wordt bijvoorbeeld volop het ETCS-systeem (European Train Control System, red.) uitgerold. Via satelliet stuurt dit systeem alle nodige informatie naar de stuurpost: wat moet de bestuurder doen, hoe hard moet hij rijden, wanneer en hoe moet hij afremmen, enzovoort. Dat is niet zo eenvoudig voor de bestuurder. Wij zijn opgeleid om naar buiten te kijken, naar de seinen. Die gewoonte moeten we nu afleren. Bovendien is het nog niet overal geïnstalleerd, dus moeten we nu afwisselen. Maar het is wel een veiliger systeem. Het bewaakt de bestuurder eigenlijk. Als die niet ingrijpt of te laat, stopt de trein automatisch.’ 
Ben je nog altijd blij met je keuze voor een job als treinbestuurder? 
Stefaan: 'Ik doe het nog altijd heel graag. Wat ik minder fijn vind, is de reactie van sommige mensen als ik zeg dat ik treinbestuurder ben. Dan volgt vaak een zondvloed van vooroordelen: ik ben overbetaald, heb te veel verlof en wil altijd staken. En blijkbaar denken mensen ook meteen dat ik het hele spoor en alle dienstregelingen ken. Maar het weegt niet op tegen het gevoel dat ik krijg in de stuurpost. Ik ben alleen, en ben daar mijn eigen baas. En sommige ritten zijn echt prachtig. Zo’n rit naar Hasselt, bij mooi weer, met veel groen. Daar doe ik het voor.’ 

Amélie Janssens